Help, de puberteit!

 

Masja Nannings en Clara ten Oever

 

 

Alle sociale dieren (dieren die in groepen leven) maken een puberteit door. Een belangrijke fase van fysieke en mentale veranderingen, die dient als voorbereiding op de volwassenheid. Dan moeten ze zelf keuzes kunnen maken, weten te overleven en nakomelingen kunnen grootbrengen. En juist gedurende de puberteit leren sociale dieren dit alles. Ze moeten grenzen opzoeken om volwassen te worden. Daarom groeit het hersengedeelte waar de emoties huizen het eerst en blijft het verstand nog even achter. Anders zou de durf om grenzen op te zoeken er niet zijn.

Wat betekent dit in de omgang met onze hond? Je zou kunnen zeggen dat je niet wilt dat je hond onafhankelijk wordt, dat hij alleen dingen op commando mag doen, dus niet zelf hoeft na te denken. Dat hij toch niet zelf zijn eten hoeft te zoeken en dat wij de pups toch al met 8 weken bij hen weghalen. Maar om uit te groeien tot een stabiele, zelfverzekerde volwassen hond is het juist heel belangrijk dat hij leert zelf beslissingen te nemen, zodat hij niet angstig zal zijn voor de wereld om hem heen.

 

De puberteit kan voor hond en eigenaar een moeilijke fase zijn. Maar er valt zeker ook veel te genieten. De manier waarop je je hond in deze periode begeleidt is van groot belang voor zijn verdere leven. Kennis van de hondentaal is een geweldige hulp tijdens de puberteit van je hond en bovendien enorm belangrijk voor het welzijn van honden. En ook al zullen we ze bij lange na nooit zo goed kunnen begrijpen als hun moeder en hun andere soortgenoten, met de kennis die we vandaag de dag hebben van honden komen we een aardig eind.

‘’Hij moet gewoon luisteren’’ zeggen veel mensen. Maar dat is nu juist erg moeilijk als je hersenen je regelmatig in de steek laten en je hormonen ‘’opstandig’’ zijn. Tijdens de puberteit wordt het brein gevoeliger voor prikkels van buiten. Puberhonden zijn snel afgeleid en vergeten alles waarvan je denkt dat ze het geleerd hebben. Net mensenpubers: op de fiets lijkt het alsof ze nooit verkeerslessen in groep 7 hebben gehad.  Ze fietsen al slingerend in brede rijen en sms-end voor je auto langs, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat je hén voorrang geeft, ook waar ze dat niet hebben! De wereld van mensen- en hondenpubers bestaat voornamelijk uit henzelf en jawel … de andere pubers. En uit actie en avontuur.

       

Rond de 5-7 maanden begint bij honden de vroege puberteit. Die eerste fase duurt tot ongeveer de 10de maand. Hun hersenen kunnen dan heel weinig prikkels verdragen. Het is een lastige fase, waarin je ze soms het liefst achter het behang zou willen plakken! Zonder kleerscheuren (vaak letterlijk) kom je er meestal niet doorheen.

In de eerste 2 jaar maakt een hond een aantal angstfasen door. In de puppytijd vinden de eerste twee angstfasen plaats. Met 9 maanden, gedurende de vroege puberteit dus, volgt de derde angstfase in het jonge hondenleven. Rond de 13de-14de maand de vierde en de laatste ongeveer tussen 16 en 20 maanden. De angstfasen duren 1 tot 2 weken. Deze maken het er voor de door hormonen geplaagde hond, tijdelijk ook nog eens onderhevig aan verstandelijke beperkingen, niet makkelijker op. De hond kan schrikkeriger en angstiger worden en reageren op dingen of situaties die hem eerder niet leken op te vallen. In de omgang met andere honden en mensen wordt hij onzekerder. Op onbekende situaties en geluiden zal de hond gevoeliger reageren. Één slechte ervaring kan tijdens een angstfase grote impact hebben voor het hele leven. Het kan iets zijn dat voor ons onbetekenend lijkt.

Vanaf 11 maanden tot ongeveer 2,5 à 4 jaar volgt een lange periode waarin honden emotioneel instabiel zijn: de (tweede) puberteit. De duur wisselt van hond tot hond, is afhankelijk van ras en grootte en wellicht ook van de omstandigheden waaronder een hond opgroeit. Een Jack Russel kan met 2 jaar al volwassen zijn, terwijl een Wolfshond dan nog een ‘’kind’’ is. Een Labrador blijft nog lang genieten van de kindertijd. Het is een hobbelig pad richting volwassenheid. De ene dag lijkt de hond zowaar verstand te bezitten, maar nog geen dag later lijkt niets daar meer op te wijzen! Bij de reuen zijn de concentraties testosteron heel hoog, veel hoger dan bij een volwassen reu. En dat kan tijdelijk zorgen voor moeilijkheden met andere reuen, een verhoogde waaksheid en reactiever gedrag. In deze fase hebben honden meestal geen controle over de emoties en kunnen ze vaak niet nadenken (zoals gezegd groeien de verschillende hersengedeeltes niet tegelijkertijd). Ook hierin zijn ze weer net als mensenpubers: ‘’Ik ben de enige van mijn klas die mijn kamer moet opruimen! Jullie zijn de stomste ouders in de wereld!’’ Na zich vervolgens een tijdje in hun kamer opgesloten te hebben, is de kans groot dat ze weer vrolijk naar beneden komen. Niets aan de hand. Aan al die overspannen gevoelens kunnen pubers niets doen. En hoe meer je daar als ouder van je kind of begeleider van je hond  tegenin gaat, hoe erger het wordt. Als de hond tijdens de pubertijd goed wordt begeleid, dan zal hij geleidelijk rustiger en evenwichtiger worden. Zoals hierboven beschreven gaat dit, van dag tot dag bekeken, met horten en stoten.

Het is belangrijk om te weten dat je hond niet lastig is om jou te pesten, laat staan om te proberen ‘’de baas te worden’’ zoals vaak nog wordt gedacht. Het is onzinnig te denken dat het verstandig is om je hond ‘’te laten zien wie de baas is’’ als hij niet luistert of ongewenst gedrag vertoont (dit gebeurt dan vaak ook nog op een hardhandige manier). De ‘’kindertijd’’ van de hond is de meest kwetsbare fase, waarin ze makkelijk voor de rest van hun leven beschadigd kunnen worden. De asielen zitten niet voor niets vol met honden in juist deze leeftijdsfase. 

Het verstand bemoeit zich in de puberteit dus niet al te veel met de emoties en het gedrag. Door de grotere prikkelgevoeligheid kan het stress-niveau bij de hond snel oplopen. Een hond kan dan bijterig worden of andere stress-signalen vertonen. Vaak zijn dit ongewenste gedragingen, zoals problemen met bezoek, dingen vernielen of rijgedrag. Je kunt je hond helpen door zoveel mogelijk stressvolle situaties te voorkomen en te zorgen voor rust en voldoende slaap. Ga geen conflicten aan, maar probeer problemen op een vriendelijke manier op te lossen. Gebruik geen dwang en ban alle vormen van straf uit. Je wilt geen hond die bang voor je is en de wereld om hem heen. Die niets durft zonder er eerst een commando voor te hebben gekregen. Geef je viervoeter de tijd zich te ontwikkelen tot een zelfverzekerde stabiele hond. En tijd om de wereld om hem heen te leren kennen in zijn eigen tempo. Verlang weinig en stel grenzen op een vriendelijke manier, bied veiligheid en structuur en vergeet ook niet af en toe te genieten van zijn ondeugendheden. Het gaat allemaal voorbij.

 

Clara ten Oever

(Geschreven voor Nova News en Newsletter Irisch Wolfhound Club Belgium)

 

 

 Bjork & Co   ‘Puberfratsen’ 

 

‘Mas, we moeten ons voorbereiden.’ Roland kwam thuis na een tweedaags seminar over pups en jonge honden dat hij puur uit interesse had gevolgd.

‘Voorbereiden?’ vroeg ik wat onnozel, ‘waarop?’

‘DE PUBERTIJD!’ en hij vertelde wat er zoal kon gaan gebeuren. Er was gezegd dat je je maar beter kon voorbereiden zodat je niet voor verrassingen kwam te staan en dat je je hond daardoor beter begreep.

‘Goed’ zei ik, ‘dan zijn we nu voorbereid.’ Wat misschien ook wel onnozel was, maar wat moet je doen. Honden verschillen van elkaar net zoals mensen en als ik denk aan de pubertijd van mijn zus en mijzelf… ook daar was het verschil levensgroot. 

De puppytijd van Bjork was niet gemakkelijk. Het was een erg drukke periode geweest en we waren net in rustiger vaarwater gekomen toen de we te maken kregen met de pubertijd.

Om een lang verhaal kort te maken, de pubertijd van Bjork is gaande en verloopt tot nu toe mild. Sommige honden rollen er zo doorheen bij andere levert het grote problemen op. Het is niet zo dat het allemaal van een leien dakje gaat maar echt gedonder heeft het tot op heden niet gegeven. Misschien omdat we waren voorbereid… en ergere dingen verwacht hadden….?

De Meisjes

Bjork leefde lange tijd in de veronderstelling dat alle honden precies hetzelfde zijn. Op een dag deed hij een ongelooflijke ontdekking. Zijn beste kameraden bleken anders dan hij. Het bleken meisjes! En o, wat roken ze lekker.

Hij besnuffelde zijn beste vriendin op een bepaalde plek, wat ze een tijdje toeliet om daarna Bjork eens flink op zijn plaats te zetten. Bjork was hevig geschrokken. Zou zijn beste vriendin nu niet meer met hem willen spelen…? Hij nam de spelhouding aan en trok al zijn charmes uit de kast. Het meisje deed nog even nuffig zoals dat van meisjes verwacht wordt maar al gauw lagen ze weer als gezworen kameraden over het gras te rollen.

 

Twee weken later kwam er weer een teefje bij ons over de vloer. Deze dame was een gewezen straathond uit Griekenland en van een ander kaliber dan Bjork’s beste vriendin. Ook deze dame rook overheerlijk!  Bjork kon zich moeilijk beheersen, rook wat te lang aan haar en de dame haalde fors uit. Bjork eindigde onder de keukentafel, een pluk haar uit zijn wang! Hij heeft  daar een kwartier verdwaasd zitten kijken. ‘Je kunt er wel onderuit komen hoor’, zeiden we, ‘dit is jouw huis’. Schuchter verscheen hij en tastte heel voorzichtig af wat wel en niet kon. Maar hij blijft op zijn hoede bij de dame uit Griekenland terwijl hij met zijn beste vriendin nog steeds regelmatig over het gras rolt en haar niet te lang lastig valt met ruiken aan een bepaalde plek. 

De natuur en in dit geval de meisjes hadden Bjork net op tijd geleerd wat ze wel en niet  tolereerden. Dat was voor ons erg prettig. Wat de teefjes hem duidelijk hadden gemaakt hadden wij hem niet uit kunnen leggen. Waarvoor onze dank want sinds die tijd is Bjork een ware gentlemen richting het andere geslacht! Dat bleek toen Bjork en ik vlak na het incident met de Griekse straathond een loops teefje tegen kwamen. Ze liep los want de loopsheid was op zijn eind zei de eigenaar. Niet dus. Ze was gewillig, haar staart ging opzij… Bjork besnuffelde haar heel behoedzaam en lette steeds op hoe ze reageerde. Ze vond Bjork heel erg leuk dat was duidelijk. Toen zei ik hem mee te komen; hij was aangelijnd. Hij volgde mij wat ik echt fantastisch van hem vond en dat heb ik hem ook gezegd. Want de verleiding was groot; ook ik vond het een erg leuk teefje. 

Rijgedrag

Een logische bijkomstigheid bij het ontdekken van de seksualiteit is het zogenaamde ‘rijgedrag’. Vanaf pup zijnde had Bjork, je kon er de klok op gelijk zetten, ergens tussen tien en elf uur ’s avonds het ‘gekke kwartier’ of zoals Roland het noemt ‘de gloeiende vijf minuten’. Iedereen die honden heeft kent dit verschijnsel. Vanuit het niks gaat je hond ineens als een gek door het huis sjezen, vliegt over de bank, duikt onder de gordijnen door en als je hond is uitgeraasd keert de rust weer. Tijdens het ‘gekke kwartier’ ging Bjork ineens  over op ‘rijgedrag’.

Roland en ik waren even aantrekkelijk; het lag er aan wie het dichtst op de bank bij hem zat. Bjork bleek een sterke kerel geworden, zijn poten in mijn nek, het was een soort houdgreep. En hoewel ik zeer goed besefte dat het de hormonen waren die door hem heen gierden, hij daar niks aan kon doen en ik ook wel erge consideratie met hem had, echt prettig was het niet.

Wat we deden? Als Bjork begon te ‘rijden’ duwden we hem rustig van ons af, maakten het gebaar voor ‘klaar’ en spraken het woord ‘klaar’ ook uit. Natuurlijk ging hij door. Na drie keer stonden we dan op en draaiden hem zeer demonstratief de rug toe. Een moederhond doet dat ook als een pup/jonge hond iets doet wat haar niet bevalt. Bjork moest natuurlijk wel zien dat wij ons zo demonstatief van hem afwendden. Dit ‘rijgedrag’ heeft een week of drie geduurd. Toen was het hem duidelijk dat wij dit gedrag niet op prijs stelden. En dat was dat. 

De Waas

Roland had me uitgelegd dat in de pubertijd een hond sommige welbekende zaken ineens als ‘nieuw en onbekend’ beziet. Dit gedrag treedt, zo hadden wij geleerd, ook op als een hond in zijn groei naar volwassenheid in een angstfase zit. De laatste angstfase treedt op zo rond de 18de maand. Maar ook in de pubertijd komt dit verschijnsel voor of je hond in een angstfase zit of niet.

Het standbeeld waar we elke dag wel een keer langskwamen was ineens nieuw en beangstigend en diende of vermeden of onderzocht te worden. Ik vond dit opnieuw ontdekken van bekende zaken uitermate vreemd. Het kon zich op momenten voordoen of soms een paar dagen achter elkaar en dan weer een week niet.

Verbijsterd heb ik toegekeken toen Bjork het kippenhok en de kippen herontdekte. Zeker een kwartier heeft hij eerst de kippen en daarna het hok en de ren met stomme verbazing bezien. Echt, het was totaal nieuw voor hem terwijl hij er elke dag vele malen langs liep!

Dit verschijnsel zijn wij ‘de waas’ gaan noemen. Aan de ogen van Bjork kon je zien of het met de waas te maken had. Het was net of er iets tussen hem en de omgeving/werkelijkheid zat. Het kon allerlei voorwerpen en geluiden betreffen. Zo zat hij bijvoorbeeld ineens ook vaak richting het huis te kijken als hij in de tuin was, terwijl hij normaal altijd naar de straat keek.

Ergens las ik dat kinderen in de pubertijd zitten plotseling furieus kunnen worden over een heel gewone vraag. Als dan een paar dagen later gevraagd werd waarom het kind zo boos was geworden was het antwoord een schouder ophalen en zeggen ‘ik weet het niet’.  Bij honden in de pubertijd zo werd daar geschreven is dat ook zo; een anders reageren op gewone zaken. Het schijnt te maken te hebben met een korte disconnectie in de hersenen. Ja, ja die hormonen!

De Roep van de Natuur

Wij waren best wel trots. Wij hadden een hond die goed luisterde. Tot de ‘roep van de natuur’ de overhand kreeg. En daarmee bedoel ik niet zozeer de teefjes. Het betrof alle honden. Bjork ging meelopen met andere honden en hoorde of zag ons niet meer. Van de belangrijkste in zijn leven waren wij verworden tot ‘gewoonte’. En gewoontes, och die zijn een stuk minder interessant dan nieuwigheden. Wij kregen er een beetje de pest in en hebben hem daarom een periode alleen los gelaten op verlaten stukken met weinig impulsen in de zin van andere honden. Of we lieten hem los als er bekende honden bij waren en hij als het ware met een roedeltje op stap ging. Dat ging goed. Hij had dan geen belangstelling voor ‘vreemde’ honden; aan zijn eigen groepje had hij genoeg.

Ook in huis en tuin trad dit niet luisteren op. Soms had het met ‘de waas’ te maken. Bjork zat dan in een andere dimensie en was onbereikbaar. Onze tuin is dertig meter lang en meestal zat hij aan het eind daarvan bij de poort de wereld te bezien. Fluiten hielp niet, het gebaar voor ‘kom’ maken ook niet, de kast waar lekkers ligt open trekken ook niet. Op een geven moment haalde ik dan de lijn te voorschijn, liep naar hem toe, deed de lijn aan en liep hij heel gewoon mee zonder enig protest.

Een avond, veel te laat al, maakte Bjork zijn ronde voor het slapen gaan door de tuin. Ik riep, floot etc. resultaat nul. ‘Och’, zei Roland, ‘hij kan er niks aan doen het is de pubertijd ik roep hem wel.’ Eerlijkheidshalve moet ik melden dat Bjork beter naar Roland luisterde dan naar mij. Dat zal wel zijn, zo hield ik mezelf voor omdat ik meer ‘gewoon’ ben dan Roland die meer weg is dan ik. Mijn lol was dan ook groot toen ik vanuit het badkamerraam Roland op een gegeven moment in zijn onderbroek en T-shirt door de koude nacht zag lopen om Bjork met de lijn op te halen. Ook naar hem luisterde Bjork niet meer!

Wat we deden? Aan de ogen en het gedrag van Bjork konden we zien of dit niet willen komen uitproberen was of ‘de Waas’. Betrof het de waas dan hadden wij veel begrip en geduld. We zijn Bjork opnieuw gaan belonen voor elke keer dat hij kwam als we riepen of floten. Kwam hij onmiddellijk dan kreeg hij het lekkerste brokje dat hij kende; duurde het even dan was het een iets minder lekker brokje. Dit werkte en werkt nog steeds goed. Behalve bij situaties die zo geweldig leuk zijn dat je hem ziet twijfelen tussen meegaan met ons of blijven. Zoals laatst toen we aan het wandelen waren. Bjork liep los; er waren kinderen met hun slee en ze gooiden sneeuwballen en Bjork mocht met ze mee doen. Hij heeft dan zo’n ontzettend plezier dat het begrijpelijk is dat hij niet meteen komt. Bjork is tenslotte de wereld aan het ontdekken!

Dit niet luisteren schijnt te maken te hebben met de roep van de natuur, het verlangen naar vrijheid. Eigenlijk net zoals wij mensen dat hebben in onze pubertijd. Je wilt de dingen zelf uitzoeken en trekt je eigen plan. En hoe vaker je ouders tegen je zeiden ‘dit mag niet’ hoe meer je ging uitproberen. Honden zijn geen mensen maar bepaald gedrag is toch wel herkenbaar. 

Oeps!

Ik weet niet of alle honden in de pubertijd hetzelfde gedrag vertonen maar soms leek het of we Oeps! opnieuw een pup in huis hadden. Bjork leek terug te vallen in zijn puppygedrag en deed precies dezelfde dingen als toen hij klein was. Een plintje meenemen, wat behang aftrekken in de gang (op een andere plaats als toen hij pup was), boekje jatten uit de boekenkast (van een andere plank als toen hij pup was). Vanuit het niks ineens beginnen te piepen en jengelen om aandacht. Opspringen als wij aan het eten waren. Hoewel deze gedragingen minder vaak voorkwamen als tijdens de puppytijd hebben we er toch precies hetzelfde op gereageerd als toen. Gejengel negeren. Iets voor de plek van het interessante behang zetten. Bij opspringen van hem wegdraaien. Een puberhond schijnt te reageren vanuit impulsen en dat waren het dan ook. Dit gedrag trad soms even kortdurend op om er na een paar weken ineens weer te zijn.

Momenteel zit Bjork in de ‘bietsfase’. De krant van tafel trekken, de Page reclame nadoen, vaatlapjes stelen. Laatst kwam hij aanzetten met mijn laars om daar eens lekker op te gaan knauwen. Ik had boos kunnen worden maar dat deed ik niet. Ik zei: ‘wat aardig dat je mijn schoen komt brengen. Ga je de andere ook even halen in de keuken (hij kent het woord keuken).’ En tot mijn stomme verbazing deed hij dat. Wat hem natuurlijk een brokje opleverde want ik vond dit eigenlijk wel geweldig. Waarmee ik wil zeggen, soms maken we er ook een grapje van want ja, we moeten zo vaak om hem lachen.

 

Familie

Het is prettig dat we contact hebben met mensen die een teefje hebben uit hetzelfde nest als Bjork. Soms deed Bjork iets geks en soms zijn zusje. Vaak bleken het dezelfde gedragingen. Bijvoorbeeld: broer en zus waren al lang zindelijk.  Het zusje had ineens geplast in de auto en in de garage. Een week later plaste Bjork in de schuur en tegen de voordeur. Het zusje plaste in een winkel en Bjork bij mensen thuis. Als je weet dat een andere hond van dezelfde leeftijd zoiets ook doet ga je er minder bij stilstaan. Het krijgt minder lading. Je denkt dan ‘zij of hij heeft het ook, het zal er wel bij horen’. 

Bjork is nu anderhalf jaar oud. Een Toller schijnt zo’n beetje volwassen te zijn als hij twee tot tweeënhalf jaar oud is. We zullen zien. Net als bij mensen hoeft iemand die volwassen is zich niet volwassen te gedragen… De pubertijd vinden Roland en ik een leukere tijd dan de puppytijd. Bjorks karakter wordt steeds meer zichtbaar en we raken meer en meer op elkaar ingespeeld.

Het gezegde ‘als een jonge hond’ begrijpen wij volkomen. Volgens ons staat het voor enthousiasme, verbazing, uitproberen, impulsief gedrag. Bovendien werkt het nogal aanstekelijk, in ieder geval bij ons. We doen op z’n tijd behoorlijk gek. We ‘puberfratsen’ gewoon een beetje met Bjork mee!

Masja Nannings

(Geschreven voor Nova News en Newsletter Irisch Wolfhound Club Belgium)

 

 

Deze artikelen zijn geschreven door Clara ten Oever en Masja Nannings. Overname alleen met toestemming van de auteurs.